Mijn zelfkennis is volledig afhankelijk van anderen. Alles wat ik over mezelf weet, heb ik niet zelf ontdekt,  het is mij verteld, aangereikt en, opgelegd. Zelfs mijn eigen identiteit is tweedehands: iemand noemt mij intelligent of juist niet, aantrekkelijk of het tegendeel, introvert of extravert, en zonder het te beseffen neem ik dat beeld als de waarheid over mezelf. De wortels hiervan liggen in mijn vroege jeugd. Van kinds af aan werd mij geleerd hoe ik moest zijn en hoe ik mij moest gedragen. Niet wie ík was, maar wie anderen in mij wilden zien.

En telkens wanneer ik aan die verwachtingen voldeed, volgde waardering. Wat eigenlijk onecht was, werd beloond als oprecht. Wat echt was,  mijn eigen aard, mijn eigen impulsen,  werd weggezet als lastig of problematisch. Zo werd ik langzaam een imitator. Een papegaai die herhaalt wat hem is voorgedaan. Nooit heb ik mezelf echt de ruimte gegeven om te ontdekken wie ik ben. Nooit heb ik eerlijk naar mezelf durven kijken, zonder de bril van andermans oordeel. Want jezelf zijn bleek gevaarlijk, het leverde afwijzing op. Iemand anders nadoen was veilig, vertrouwd, beloond. En toch blijft de vraag hangen: wie ben ik, als ik al dat geleende materiaal wegleg?
 

Geef een reactie

Ontdek meer van De innerlijke poort

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder