Persoonlijke ontwikkeling en psychotherapie worden vaak gezien als langdurige trajecten. Ze richten zich meestal op het onderzoeken en verwerken van indrukken en pijnlijke ervaringen uit het verleden. Het idee hierachter is dat we pas werkelijk vrij kunnen zijn als we die ballast hebben losgelaten. Maar dit uitgangspunt kent een valkuil. Onze geest is nooit stil. Terwijl we proberen oude wonden te helen, blijven we tegelijkertijd nieuwe indrukken opdoen én verdringen. Het proces van verwerken en loslaten eindigt nooit, omdat het simpelweg bij ons mens-zijn hoort. Wie wacht tot alle lagen van het verleden zijn afgepeld, zal merken dat er steeds weer nieuwe lagen bijkomen. Het is als een poging de horizon te bereiken: hoe dichter je komt, hoe verder hij zich verplaatst.
Wanneer we geloven dat bevrijding pas mogelijk is na het doorlopen van dit eindeloze proces, houden we onszelf gevangen. Het streven naar vrijheid wordt dan juist de keten die ons bindt. Het idee dat we ons moeten bevrijden, bevestigt dat we in gevangenschap zitten. Werkelijke bevrijding is geen resultaat van jarenlange inspanning, maar een verschuiving in perspectief. Het vraagt om de moed te erkennen dat je nú al vrij bent. Vrijheid is geen bestemming ergens in de toekomst, maar een werkelijkheid die hier en nu aanwezig is. Het verleden heeft zijn plaats, maar het hoeft je niet langer te bepalen. Wanneer je stopt met zoeken naar een toekomstige staat van verlichting, kan er iets eenvoudigs maar ingrijpends gebeuren: je ziet dat vrijheid altijd al onderdeel van je wezen is geweest. Het is niet iets dat je hoeft te verdienen of te bereiken, maar je geboorterecht. Het enige wat nodig is, is openstaan voor dit besef, nu, op dit moment.