niemand weet wat sterven is

Niemand weet werkelijk hoe het is om te sterven. Het moment waarop onze verschijning in dit bestaan oplost, blijft voor de mens een mysterie. We kunnen erover nadenken, speculeren of hopen, maar het directe ervaren ervan ligt voorbij ons huidige bereik. En toch kunnen we vermoeden dat het bestaan dat we nu beleven in wezen hetzelfde bestaan is dat ons wacht wanneer we sterven. Misschien is de dood niet meer dan het stilvallen van een film. Het verhaal, de beelden, de bewegingen, alles komt tot een einde. Maar het witte scherm waarop ze werden geprojecteerd, blijft onaangetast aanwezig. Wanneer de film ophoudt, is het licht nog steeds aan. Het licht dat de beelden mogelijk maakte, is niet verdwenen met het einde van de voorstelling. Hoe zou het ook anders kunnen, als dit licht geen begin en geen einde kent? Het bestaan houdt niet op omdat de verschijnselen verdwijnen. Wie de stille, steeds aanwezige grondslag in al zijn ervaringen weet te herkennen, ontdekt dat dit licht altijd al door de beelden heen scheen.

Dat inzicht kan een sleutel zijn, niet alleen om onze ware natuur te leren kennen, maar ook om de dood in een ander licht te zien. Wanneer duidelijk wordt dat het ego niet meer is dan een constructie, een idee dat we zijn gaan geloven en dat ons bestaan lijkt te structureren, verliezen geboorte en dood hun absolute gewicht. Ze blijken slechts begrippen te zijn, pionnen die we hebben geplaatst op een denkbeeldige tijdlijn. In werkelijkheid is die tijdlijn zelf een projectie, zonder vaste bodem. Het is als water dat plots zijn eigen natheid herkent. Het ‘ik’ dat we zo stevig vastklampen, smelt weg als een ijsblokje in een glas water. De vorm verliest zijn contouren, maar de essentie blijft onveranderd: water dat deel uitmaakt van een grotere stroom. Wat overblijft is de onbegrensde ruimte van bewustzijn zelf, waarin geen begin en einde te vinden zijn. In die ruimte is geen geboorte die verschijnt, en geen dood die verdwijnt,  er is slechts de stille aanwezigheid die alles draagt. Misschien is de dood daarom niet iets om te vrezen, maar eerder een terugkeer naar de openheid die altijd al de grond van ons bestaan was. Een thuiskomen in datgene wat nooit afwezig is geweest.