voorbij het denken

Het behoort tot de menselijke aard om de werkelijkheid te ervaren in termen van tegenstellingen. Dit is niet zozeer omdat de wereld zelf zo is opgebouwd, maar omdat ons verstand de neiging heeft om datgene wat oorspronkelijk één geheel vormt, in stukken te verdelen. Ons denken werkt graag met categorieën: zwart tegenover wit, goed tegenover kwaad, licht tegenover duisternis. Dit maakt de wereld overzichtelijk, maar het versmalt ook onze blik. Wanneer we deze neiging tot opsplitsen even loslaten en de werkelijkheid proberen te zien zonder de tussenkomst van ons strikte, logische verstand, ontstaat er een ander perspectief. In een staat van onbevooroordeelde waarneming verschijnt de werkelijkheid niet langer als een strijdtoneel van tegenstellingen, maar als een samenhangend geheel. De grenzen tussen licht en donker, goed en kwaad, jij en ik beginnen te vervagen. Wat overblijft is de ervaring van eenheid. Dit betekent niet dat we ons rationele denken moeten verwerpen. Ons verstand is een kostbaar instrument dat ons helpt om te ordenen, keuzes te maken en ons dagelijks leven vorm te geven. Maar het is belangrijk te beseffen dat het denken slechts een deel van ons vermogen tot begrijpen omvat, en dat het inherent begrensd is. Wanneer we ons uitsluitend identificeren met de manier waarop ons verstand de werkelijkheid indeelt, lopen we het risico het grotere geheel uit het oog te verliezen.

Het besef van dit grotere geheel kan een diepgaande verandering teweegbrengen. Het opent de deur naar een ruimer bewustzijn waarin mededogen, mildheid en harmonie vanzelf meer ruimte krijgen. We hoeven dan niet langer gevangen te blijven in de eindeloze strijd tussen tegendelen, maar kunnen een gevoel van vrede en heelheid ervaren dat voortkomt uit de verbondenheid met alles om ons heen. In veel Oosterse filosofieën en spirituele tradities staat dit inzicht centraal. Zij wijzen ons erop dat de ervaring van dualiteit vooral een constructie van de denkgeest is. In werkelijkheid zijn alle dingen en wezens deel van één onderling verbonden geheel. Tegenstellingen bestaan, maar slechts als aspecten van een groter proces, zoals de nacht onlosmakelijk verbonden is met de dag, of inademing met uitademing. Wanneer we deze onderliggende eenheid leren herkennen, verandert ons perspectief op onszelf en op de wereld om ons heen. Dan ontstaat er ruimte voor een dieper begrijpen, waarin we niet meer alleen in termen van “of dit of dat” hoeven te denken, maar waarin we “zowel dit als dat” kunnen ervaren. Het leven wordt dan niet langer een strijd tussen uitersten, maar een dans waarin de tegendelen elkaar aanvullen en ons terugleiden naar de ervaring van heelheid.