saamhorigheid

We leven samen met vrienden, collega’s, partners, ouders en kinderen. We vormen gezinnen, gemeenschappen en relaties in allerlei vormen. Toch lijkt het erop dat we de werkelijke betekenis van saamhorigheid nauwelijks hebben begrepen. Vaak brengen we jaren met elkaar door zonder het geheim van verbondenheid echt te ontdekken. In het gunstigste geval verdragen we elkaar. We leven samen omdat we niet graag alleen zijn, omdat het gezelliger, gemakkelijker of voordeliger is om ons leven met iemand te delen. Het huis voelt voller, de lasten worden lichter, en de dagen lijken minder leeg. Maar dat is nog geen saamhorigheid. Dat is eerder een vorm van samenleven uit noodzaak of gemak. De vraag rijst dan: als we vaak al moeite hebben om het simpelweg met een ander uit te houden, hoe zouden we dan de rijkdom en de weelde van ware saamhorigheid kunnen ervaren? Het antwoord ligt niet in het praktische voordeel van samenleven, maar in een diepe innerlijke verschuiving.

Echte saamhorigheid ontstaat wanneer we elkaar niet langer slechts zien als “de ander” die naast ons leeft. Het ontvouwt zich wanneer het gevoel van een afgescheiden “ik” vervaagt, en we ons in de ander herkennen als in een spiegel. Fysiek gezien blijven we natuurlijk twee afzonderlijke wezens, maar innerlijk kan er een ervaring ontstaan van één-zijn. Het is een ontmoeting voorbij het ego, een samensmelting van harten waarin afgescheidenheid oplost. Wanneer saamhorigheid niet langer een verplichting of een praktisch arrangement is, maar een feest dat we samen vieren, verandert alles. Dan wordt samenleven geen kwestie van overbruggen, maar van vieren. Op dat moment voltrekt zich een omwenteling in ons bestaan: een stille maar machtige transformatie die ons hele levensgevoel vernieuwt. In die ervaring vang je soms een glimp op van wat saamhorigheid werkelijk is: een innerlijke eenheid die geen woorden nodig heeft, omdat ze dieper spreekt dan welke gedachte of afspraak ook.