De denkgeest kan het geheel niet bevatten

De denkgeest kan vele vormen aannemen. Soms verschijnt hij als een emotie of een bepaald gevoel, soms als een idee, een mening of een overtuiging. Hij kan zich uitdrukken in symbolen of opduiken in persoonlijke fantasieën. Denken heeft bovendien het opmerkelijke vermogen om verleden en toekomst tot leven te roepen, alsof ze werkelijkheden zijn die hier en nu bestaan. Tot zover reikt het domein van het denken. Maar er is ook iets dat het denken niet kan: zichzelf of het geheel werkelijk zien. Zonder een object en een subject heeft het denken geen houvast en geen vorm. Het beweegt altijd binnen de dimensie van de tijd, en juist daardoor mist het de directheid van het huidige moment. Voor de meeste mensen wordt wat zij denken ervaren als de enige werkelijkheid; zij leven in een ‘denkwerkelijkheid’. Maar deze denkwerkelijkheid is slechts een afspiegeling, nooit de volle werkelijkheid zelf. Daarom ontbreekt er in het denken altijd de frisheid van het nu. Wat in zichzelf heel en ongedeeld is, lijkt in stukken te vallen zodra het wordt benaderd door gedachten. De denkgeest kan het geheel nooit bevatten, omdat dit buiten zijn bereik ligt. Het geheel daarentegen bevat moeiteloos het denken,  zoals de oceaan de golven draagt en tegelijk altijd méér is dan die golven. Het denken wijst altijd naar een denker. Er zijn gedachten, en die gedachten kunnen worden waargenomen.

Maar wie is de denker? Zodra we hem proberen waar te nemen, verschijnt hij zelf enkel als een gedachte. Er blijkt geen afzonderlijk centrum te zijn dat denkt; er is slechts het proces van denken. En precies hier opent zich de brug naar eenheid. Want als de denker niet werkelijk losstaat van de gedachten, valt de scheiding weg tussen ‘ik die denkt’ en ‘gedachten die verschijnen’. Dan is er geen subject dat een object aanschouwt, maar slechts het verschijnen van wat er is. Het onderscheid dat het denken maakt, is een illusie die alleen binnen het denken zelf bestaat. Aanwezigheid is vrij van die illusie. Aanwezigheid vraagt geen tussenkomst van de denkgeest. Zij ís er eenvoudigweg,  stil, open, grenzeloos. Hier is geen denker en geen gedachte afzonderlijk, geen binnen en geen buiten, geen ik en geen ander. Er is enkel het leven zelf dat zich uitdrukt in dit moment. Wanneer dit wordt herkend, valt de zoektocht naar een denkbeeldig geheel weg. Het geheel is nooit verloren geweest; het is datgene waarin denken, voelen en ervaren altijd al plaatsvinden. Het betekent dan niets anders dan zien dat het leven één is, en dat de scheiding die het denken veronderstelt nooit werkelijk bestaan heeft.