In mijn woordenboek verwijst het woord religie naar geloofssystemen en godsdiensten zoals het christendom, de islam of het boeddhisme. Deze tradities, hoe waardevol ze ook mogen zijn, zijn menselijke constructies, culturen en rituelen die zijn ontstaan uit de behoefte om de wereld en het leven te begrijpen. Maar religie gaat verder dan deze menselijke constructies. Het gaat voorbij aan menselijke concepten van goden en geboden. Want religie in zijn meest pure vorm is ouder dan de mensheid zelf. Het is geen uitvinding van mensen; het is iets dat de mensheid heeft gevormd. Religie, in deze fundamentele zin, is alomtegenwoordig, het is de kracht die alles en iedereen met elkaar verbindt. Het is de kracht die planten groen maakt, de bloedstroom in ons lichaam in beweging houdt, en de adem door ons heen laat stromen. Religie is geen exclusieve eigenschap van één geloof of gemeenschap.
Het is geen dogma dat verdeeldheid zaait. In plaats daarvan overstijgt het alle menselijke etiketten en categorieën. Het is juist dat wat christenen, moslims, boeddhisten en atheïsten verbindt, en reikt verder dan de mensheid alleen. Het omvat ook de natuur zoals planten, dieren, de aarde, en de sterren. Het is de universele samenhang die alles doordringt, het is de kracht die dualiteit overbrugt en de totaliteit van alles omvat. Religie, in deze betekenis, is de essentie van het leven zelf. Het is niet zozeer iets wat je gelooft, maar iets wat je voelt, wat je leeft. Het nodigt ons uit om de verbinding met alles en iedereen te eren en te omarmen. In die zin krijgt religie een betekenis die veel verder reikt dan godsdienst. Het is een ervaring van eenheid, van verbondenheid met alles wat leeft en bestaat. Het is niet gebonden aan kerken, moskeeën of tempels, maar leeft in elke ademhaling, in elke hartslag, en in elk moment van het bestaan. Religie is niet iets wat we doen, of iets wat buiten ons ligt. Het is iets wat we zijn. Het is het besef dat de scheidslijnen die we trekken, tussen geloven en niet-geloven, tussen onszelf en de ander, tussen mens en natuur, slechts illusies zijn. Religie is de brug die deze illusies overbrugt, het is de kern van ons wezen, die ons er aan herinnert dat we niet gescheiden zijn, maar deel uitmaken van één geheel.