Verstand is een alles dekkende term voor de werking van alle gedachtenprocessen. De eindeloze stroom van gedachten die we zo graag ons verstand noemen is een vorm van geestesziekte. Toch vertrouwen we vaak op ons verstand als een kompas dat ons door de complexiteit van de wereld leidt. Het verstand heeft ons geholpen bij het begrijpen van de natuur, het ontwikkelen van technologie en het oplossen van problemen. Maar het verstand kan ook onze grootste vijand worden. Want het verstand is rechtlijnig en achterdochtig van aard. Het zoekt overal iets achter en vertrouwt alleen op datgene wat het kan begrijpen. Voor een verstandsmens is het leven niets meer dan een logische aaneenschakeling van oorzaak en gevolg. Ons verstand wordt gevormd door gedachten die verschijnen en verdwijnen. Die stroom van gedachten zonder onderling verband, is onze dagelijkse werkelijkheid. Daar er geen enkele lijn in zit, zorgt het voor veel verwarring. Tevens zijn we van mening dat er een denker bestaat die onze gedachten doet ontstaan. De totaliteit van wat we denken is de totaliteit van wat we zien als de wereld. We zien geen wereld buiten het denken omdat we nooit zonder gedachten zijn. Onze geprojecteerde wereld zit zo gecompliceerd in elkaar dat we zijn gaan geloven dat dit de werkelijkheid is. Het is een verdeelde wereld een zelfbedachte wereld waarin een ‘ik’ lijkt te bestaan. Deze ‘ik’ is slechts een denkbeeld, het bestaat niet echt, het bestaat alleen als we niet aanwezig zijn.
Wanneer we niet aanwezig zijn, dobberen we op allerlei onzinnige gedachten stuurloos rond. Dan zijn we terecht gekomen in een bedachte tijd die we het verleden of de en toekomst noemen. Soms maken we een eind aan die twijfelachtige gedachten met een andere gedachte, hetgeen we een ‘beslissing’ noemen. Hierdoor ontstaan weer andere gedachten in de vorm van een ‘probleem’ of een ‘conflict’. Dit bedekken we vervolgens weer met een ander idee, een ‘oplossing’, opnieuw een gedachte. Maar het is slechts een surrogaat oplossing, omdat hij gebaseerd is op wat we denkbeeldig waarnemen. En dat is gewoon een herhaling van het verleden. In de beginperiode van ons leven hebben we besloten ons lichaam te verlaten om de mentale ervaring die we ‘tijd’ noemen binnen te gaan. Uit angst op wat er in het heden gebeurde, sloegen we mentaal op de vlucht in een denkbeeldige tijd. Uit angst wisselden we onze fysieke aanwezigheid in voor de mentale defensie van ‘doen alsof’ Met als gevolg dat we nu in onze mentaal samengestelde droomwereld doen alsof álles in orde is’