Het lijkt vaak aantrekkelijker om onze geest bezig te houden met diepzinnige gedachten, grootse ideeën over de zin van het bestaan of het eindeloos overdenken van filosofieën. Het geeft een gevoel van verhevenheid: alsof we boven de dagelijkse beslommeringen uitstijgen en werkelijk “spiritueel” bezig zijn. Ondertussen blijven de afwas en de vuilnisbak echter gewoon op ons wachten. Het gewone leven laat zich niet wegdenken, hoe mooi de inzichten ook lijken. De neiging tot het zoeken van hogere sferen kan een subtiele vorm van vluchtgedrag zijn. We hopen misschien dat het nadenken over het leven ons een dieper gevoel van betekenis geeft, terwijl de realiteit vaak veel eenvoudiger is. Het leven ontvouwt zich namelijk in het moment zelf: in kleine handelingen, in de ontmoeting met anderen, in de manier waarop we reageren op wat zich aandient. Dáár ligt de echte oefening. Onderzoek doen, lezen en nadenken over spirituele thema’s is op zichzelf helemaal niet verkeerd. Het kan inspireren, verruimen en ons helpen om meer inzicht te krijgen.
Maar zodra het een vervanging wordt voor werkelijk aanwezig zijn in het dagelijks leven, verliest het zijn waarde. Het bestaan zoals het zich nu afspeelt, met al zijn alledaagse momenten, is in feite onze grootste leraar. Hoe reageren we wanneer iemand in de supermarkt zich ronduit onbeschoft gedraagt? Wat gebeurt er in ons wanneer we op de weg afgesneden worden? Blijven we innerlijk rustig, of schiet de geest meteen in oordeel, boosheid of verontwaardiging? En zijn we werkelijk zo “leeg” en vrij van gehechtheid als we in mooie teksten hebben gelezen? Werkelijke spiritualiteit toont zich niet in grootse ervaringen of verheven woorden, maar in de manier waarop we omgaan met het kleine en het concrete. Het leven vraagt ons steeds opnieuw: kun je hier, nu, aanwezig zijn met alles wat zich aandient, of dat nu een afwasborstel is, een scheldende chauffeur, of een stil moment van vrede?