We spreken altijd over een ‘warm welkom’, nooit over een ‘koud welkom’. We spreken van ‘warme liefde’, nooit van ‘koude liefde’. Waarom is dat zo? Warmte symboliseert leven en liefde, terwijl koude vaak wordt geassocieerd met de dood. Dit diepe contrast tussen warmte en koude weerspiegelt zich niet alleen in woorden, maar ook in de manier waarop we de wereld om ons heen ervaren. De zon is de bron van al het leven, haar warmte voedt de aarde en schenkt ons licht en energie. Als de zon ondergaat, wordt alles mistroostig. Het landschap verliest zijn levendige kleuren, zelfs de bomen lijken in stilte te wachten op een nieuw begin. Vogels, die eerder nog vrolijk hun lied zongen zijn doodstil.
Er is geen gezang meer, geen geluid van leven. De bloemen sluiten zich, en de hele natuur lijkt in een diepe rust, wachtend op de terugkeer van de zon. Dit dagelijkse ritme laat ons de onmisbare rol van warmte zien. Want elke dag zorgt voor een nieuw begin. Voordat de zon zich daadwerkelijk laat zien, begint de aarde zich al voor te bereiden op haar komst. De vogels beginnen hun lied te zingen in de vroege ochtenduren, en dat is een teken van welkom voor de bron van hun levensenergie. Bloemen openen zich en richten zich naar het licht. De lucht verandert en komt tot leven, als een grote ademhaling die het levensritme weer op gang brengt. Dit dagelijkse ritueel herinnert ons eraan dat er altijd weer een moment van warmte en licht komt, zelfs na de donkerste nacht. De natuur zelf leert ons dat koude en leegte slechts tijdelijk zijn. De zon zal altijd weer gaan schijnen, en met haar komst keert ook het leven opnieuw terug.