In een tijd waarin oorlog, bewapening en vergelding als noodzakelijk worden beschouwd, lijkt pleiten voor vrede al snel naïef. Vrede vraagt niet om zwakte, maar om een dieper soort moed: de moed om te geloven in menselijkheid, ook ten midden van conflict. Deze moed begint bij een vaak over het hoofd geziene aspect: innerlijke vrede. Zolang wij innerlijk verscheurd zijn, zullen we die verdeeldheid naar buiten projecteren. Innerlijke vrede biedt ons de rust om helder en mededogend te handelen, zelfs in onrustige tijden. Ware vrede vergt keuzes en de kracht om weerstand te bieden aan de logica van geweld. Deze keuze is alleen mogelijk als we in onszelf een ankerpunt hebben gevonden, waar vertrouwen sterker is dan angst. Dat anker is innerlijke vrede.
Vredestichters zijn door de geschiedenis heen vaak bespot, genegeerd of zelfs vervolgd. Ze worden belachelijk gemaakt omdat ze weigeren mee te doen aan het spel van vijandschap en macht. Maar hun kracht ligt juist in hun weigering om de taal van geweld over te nemen. Zij kiezen niet voor gemak, maar voor ethiek. Niet voor de kortstondige overwinning, maar voor duurzame menselijkheid. Pacifisme wordt vaak verkeerd begrepen. Het is geen zwakte, geen wegvluchten voor conflict. Het is een actieve, moedige keuze om op te komen voor rechtvaardigheid, dialoog en verbinding, zelfs wanneer alles daaromheen schreeuwt om wapens. Pacifisme betekent niet dat je niet geraakt wordt, maar dat je weigert je ziel te laten besmetten door haat. Het is kiezen voor vertrouwen boven angst, voor empathie boven wraak, voor gerechtigheid boven dominantie.
Zonder innerlijke vrede wordt pacifisme leeg. Dan is het slechts een idee, een ideaal zonder gronding. Maar als het geworteld is in innerlijke rust, ontstaat er een onwrikbare kracht. Innerlijke vrede geeft ons de vrijheid om niet automatisch te reageren, om niet geleid te worden door impulsen van angst, maar bewust te kiezen voor wat menselijk is. De werkelijke strijd van onze tijd is dan ook niet die tussen landen, ideologieën of belangen, maar die tussen twee fundamentele krachten: angst en vertrouwen. Geweld is altijd geworteld in angst, de angst voor de ander, voor verlies, voor kwetsbaarheid. Vrede daarentegen vergt vertrouwen, in jezelf, in de ander, in het leven. En dat vertrouwen ontstaat wanneer we vrede vinden met wie we zijn, met ons verleden, onze emoties, en onze onzekerheden.
Oorlog kan misschien tijdelijk het zwijgen opleggen, maar nooit werkelijke vrede tot stand brengen. Werkelijke vrede kan niet worden afgedwongen, opgelegd of bevochten. Zij ontstaat waar mensen de moed hebben om elkaar niet langer als vijanden te zien, maar als medemensen. Waar de menselijke waardigheid centraal komt te staan, zelfs in het heetst van de strijd. Vrede is dan ook geen doel dat pas bereikt wordt aan het einde van een conflict. Zij is een weg die we nu al kunnen bewandelen. Elke daad van empathie, elke keuze voor dialoog, elke weigering om haat met haat te beantwoorden, is een stap op die weg. En elke stap begint in onszelf. Innerlijke vrede is geen luxe, het is de grond waarop uiterlijke vrede kan bloeien. Want uiteindelijk is er maar één kracht die werkelijk vrede kan brengen, en dat is de vrede zelf, geboren uit het hart van ieder mens die weigert zijn menselijkheid op te geven.