Mijn ochtend ritueel

Een aantal jarenlang stond mijn ochtendritueel vast. Iedere dag begon ik met zo’n acht kilometer joggen. Tegen de wind in , in de vroege ochtend, als de wereld ontwaakte en alles doordrongen was van een vernieuwde vreugde voor het leven. De eerste stappen waren altijd zwaar, vooral tegen de weerbarstige wind in, maar het was juist die uitdaging die mijn ziel wakker schudde en me uitnodigde om één te worden met de elementen om me heen. Terwijl ik voortging werden mijn gedachten stiller en stiller, en geleidelijk aan verdwenen ze helemaal. Ik werd één met mijn lichaam, één met de beweging van mijn benen en voeten op de weg, één met de ademhaling die mijn longen vulde. Op dat moment leek het alsof het verleden vervaagde en elk moment doordrongen was van onschuld en primaire eenvoud. Tijdens dat joggen ontdekte ik meer dan alleen fysieke activiteit.

Het joggen veranderde mij tot een levend wezen in zijn puurste vorm. Ik werd als een tijger, als een wolf. Ik begon te functioneren  op instinct, los van alle beslommeringen die mijn hoofd normaal vulden. Langzaam maar zeker begon ik te versmelten met mijn omgeving, met de wind, met de lucht, zelfs  de stralen van de opkomende zon leken door mij heen te stromen. Ik voelde de polsslag van het heelal, een diepe verbinding die tot de kern van mijn wezen doordrong. Een gevoel van totaliteit en eenheid ontstond van binnenuit, en plotseling was er geen onderscheid meer tussen de jogger en het joggen zelf. Er was alleen nog maar joggen, een naadloze samensmelting van lichaam geest en omgeving. En in die momenten van transcendentie werd joggen meer dan alleen een fysieke activiteit. Het werd een spirituele ervaring, een reis naar de kern van het bestaan, waarin de grenzen tussen het zelf en de wereld vervaagden, om één te zijn met de essentie van het leven zelf