Het licht dat alles veranderde

Na jaren van zoeken, verlangen en innerlijke onrust gebeurde er iets wat mijn leven voorgoed zou veranderen. Ik had er nooit echt op gerekend dat het daadwerkelijk zou gebeuren, en toen het zich dan toch voltrok, was het alsof de realiteit zelf openbrak. Hoe het precies mogelijk was, weet ik nog steeds niet. Misschien zal ik het ook nooit helemaal begrijpen. Wat ik wel weet, is dat het gebeurde op 23 april 1991, om 23.10 uur. Dat tijdstip heb ik, wonderlijk genoeg, nog kunnen opschrijven, alsof iets in mij wist dat dit moment nooit vergeten mocht worden. Wat er volgde was als een cycloon van licht, een onvoorstelbare kracht die zich opende in en om mij heen. Het was niet zomaar een innerlijke beleving, het was een allesomvattende schok, een direct en rauw contact met iets wat ver buiten mijn dagelijkse bewustzijn lag. Ik werd overvallen door een intens gevoel van angst,  zo groot, dat ik nauwelijks op mijn benen kon blijven staan. Ik strompelde naar mijn bed, trok de dekens over mijn hoofd alsof ik me kon verstoppen voor het onvoorstelbare. Mijn zenuwen tintelden, brandden haast van binnenuit. Zelfs met mijn ogen dicht zag ik een vuurbal van licht die alles leek te verteren. Het was alsof mijn hele systeem werd aangetast. Alles in mij trilde. En toen, na verloop van tijd, viel ik in slaap.

De volgende ochtend was alles anders. Er lag een jubelend gevoel over me, alsof mijn hele wezen was schoongespoeld. Mijn lichaam voelde licht, stromend, tintelend levend, een gevoel van welzijn dat ik met niets anders kan vergelijken. Zelfs het sterkste genot dat ik ooit had gekend,  een orgasme, een intens high-moment, viel erbij in het niet. Dit was van een andere orde. De dagen erna leefde ik in een soort tussenwereld. Alsof ik nergens meer echt bij hoorde, of beter gezegd: alsof ik in een andere werkelijkheid leefde die de gewone wereld slechts vaag weerspiegelde. Alles klonk anders, voelde anders. Mensen leken ver weg, de gewone zorgen onwerkelijk. Ik was ergens anders, ook al liep ik gewoon over straat. Wat mij is overkomen heeft me jaren beziggehouden. Waarom juist toen? Waarom op dat moment? Ik weet het niet. Misschien omdat ik er eindelijk klaar voor was, al wist ik dat zelf nog niet. Soms dacht ik: “Als er een God bestaat, dan moet hij wel van me houden.” En ergens wist ik dat ook. Niet als een gedachte, maar als een innerlijk weten. Maar God heeft ook humor Misschien was het  wel een hemelse grap,  een goddelijke knipoog. Maar tegelijkertijd hoorde ik hem ook zeggen:  pas op, dit is geen kinderspel.” Wat ik toen ervaren heb,  heeft zich diep in mij verankerd. Het is mijn kompas geworden, en tegelijkertijd een mysterie dat ik niet hoef op te lossen. Alleen maar te eerbiedigen.