Op een dag keek ik uit het raam naar buiten en zag twee mannen in een net pak het pad naar mijn voordeur oplopen. Ik dacht of het zijn belastinginspecteurs of Jehovagetuigen. Ze belden aan en het bleken inderdaad Jehovagetuigen te zijn. Ik liet hen binnen en bood ze een kop koffie aan. Na wat opmerkingen over en weer begonnen ze enthousiast en gedreven over Jezus te praten. Na een tijdje dit aangehoord te hebben, pakte ik plotseling een foto van mijn vader van de kast en vroeg hun: “Denken jullie dat Hij op deze foto lijkt”? Ze keken elkaar aan en wisten niet wat ze moesten zeggen. Daarop vroeg ik ze: Hoe weten jullie dan wanneer jezus komt?
Hoe weten jullie dat jezus er is, als je niet eens weet hoe hij er uitziet? Ze waren even stil, stonden op, bedankten voor de koffie en liepen naar buiten. Enkele weken later belden ze weer aan en vroegen of ze even binnen mochten komen. Na de koffie bedankten ze mij, omdat ze nu beseften dat ze jezus alleen maar kenden vanuit hun hoofd, vanuit de bijbel, in plaats van een rechtstreekse ervaring vanuit hun hart. Na die tijd zijn het vrienden van mij geworden. Als ze in de straat zijn komen ze altijd even langs. We praten dan op gelijkwaardig niveau, o.a over als je iets gelooft, je jezelf beperkt, omdat je het niet ervaren hebt. Dat je wat dan ook niet moet geloven noch afwijzen. Dat wanneer je aanwezig bent de waarheid zich vanzelf aan je bekend zal maken. Laat het leven je de weg wijzen, en je zult alles kennen. Niet uit je hoofd, maar uit je hart