Welzijn is geen doel dat we moeten bereiken, geen trofee aan het einde van een lange reis. Het is de grondtoon van ons bestaan, de stille aanwezigheid die altijd in ons leeft, ook wanneer we het niet meer herkennen. Het najagen van geluk, zoals we dat vaak doen in deze tijd, is een illusie die ons wegleidt van deze essentie. Geluk, zoals het doorgaans wordt begrepen, is vluchtig: een korte piekervaring, afhankelijk van omstandigheden die komen en gaan. Meer geld, meer macht, meer bezit, meer erkenning, meer succes, ze voeden slechts tijdelijk onze drang naar vervulling, maar laten uiteindelijk een leegte achter die alleen gevuld kan worden met iets diepers. De oorspronkelijke betekenis van welzijn verwijst niet naar iets wat je kunt bezitten of verkrijgen. Het betekent letterlijk: dat wat heel is, wat compleet is. Het is geen optelsom van uiterlijke factoren, maar een innerlijke staat van zijn. Een herinnering aan een verloren eenheid, niet werkelijk verloren, maar bedekt geraakt. We zijn niet afgesneden van welzijn, we zijn slechts de verbinding vergeten. Toch zoeken we het voortdurend, vaak zonder dat we precies weten waar we naar verlangen. In ons streven naar succes of liefde, in onze behoefte aan rust of erkenning, schuilt een diepere roep naar thuiskomen.
Diep vanbinnen weten we dat er iets is dat groter is dan ons ego, dieper dan onze gedachten, ruimer dan onze gevoelens. Die stille kern in onszelf, onaangetast, ongeschonden, tijdloos, is wat we uit alle tijden aanduidden met woorden als essentie, ware aard, bron, of hoe je het ook wilt noemen .In de oudheid werd welzijn gezien als de hoogste staat van mens-zijn. Het was het natuurlijk gevolg van een leven in harmonie met de kosmos, met de natuur, met het Zelf. Niet als iets dat bereikt moest worden, maar als iets wat onthuld kon worden. De mens hoefde zichzelf niet te verbeteren, maar zich te herinneren wie hij werkelijk is. Deze visie is door de eeuwen heen verduisterd geraakt door externe verwachtingen, maatschappelijke normen en het materialistische wereldbeeld dat ons in een staat van afgescheidenheid houdt. Toch is welzijn niet verdwenen. Het is als de zon achter de wolken: soms slechts een vaag vermoeden, maar altijd aanwezig. In momenten van diepe rust, in de stilte tussen twee gedachten, in de liefdevolle blik van een kind, in het besef dat alles precies is zoals het moet zijn, daar toont welzijn zich, onopvallend maar krachtig. Het vraagt niet om actie, maar om overgave. Niet om streven, maar om herinneren. Werkelijk welzijn ontstaat wanneer we terugkeren naar deze staat van zijn. Wanneer we durven stoppen met zoeken buiten onszelf en stil worden bij wat er al is. Dan ontdekken we dat de heelheid waar we zo naar verlangen niet ver weg is, maar de kern vormt van wie we zijn.